8. Zijn Sicirec en haar bestuurders aansprakelijk?


Sedert 1989 worden teakbeleggingen aangeboden, eerst door Flor Y Fauna, later door een aantal anderen. Aanbieders rolden over elkaar heen om steeds hogere rendementen en steeds sterkere ‘zekerheden en garanties’ te beloven.
Dat die geprognosticeerde rendementen volledig buiten proporties waren (met een factor 50 overdreven), was misleiding. Dat veel aanbieders het geld van beleggers incasseerden, waarna niets of nauwelijks werd gepresteerd, is inmiddels overduidelijk.
De beloofde zekerheden bleken een wassen neus. Gelden verdwenen als sneeuw voor de zon; de stichtingen en trusts die dat gingen voorkomen (volgens de aanbieders), bleken lek als een mandje.
Beleggers voelen zich opgelicht en volgens het Wetboek van Strafrecht is dat ook zo.

Wat deed Sicirec in 1993? Sicirec adviseerde potentiële beleggers te investeren bij het bedrijf dat het hoogste rendement en de meeste zekerheden bood. Dat was Bosque Teca Verde SA van A.W. Konijn. Beleggers volgden dat advies.

Maar had Sicirec, en haar feitelijk bestuurder Drs. Popko P. van der Molen, niet beter moeten weten? Van der Molen presenteerde zich als afgestudeerd bioloog en deskundige bij uitstek op het gebied van teakplantages en beleggen in teak. Bovendien wekte hij overtuigend de indruk onafhankelijk te zijn.
Mensen zijn geneigd een onafhankelijke deskundige blindelings te volgen. In een euforie van tot in de hemel groeiende teakbomen en beloofde rendementen van wel 28% per jaar over 20 jaar geeft de mening van zo’n deskundige de doorslag. Mensen tekenden contracten en maakten in goed vertrouwen het geld over.

Wij denken, dat Van der Molen beter had moeten weten. Voor insiders was ook in 1993 heel veel wetenschappelijke informatie over teak-plantages beschikbaar.
Gezien zijn presentatie als onafhankelijk deskundige had hij een zorgplicht. Vast staat, dat het niet ging om een beetje rooskleuriger voorstelling van zaken. Het ging om een overdrijving van de verwachte opbrengsten met een factor 50 of nog meer.
Alvorens potentiële beleggers naar Konijn te sturen had Van der Molen ook eens goed de trust-akte moeten bestuderen. Dan had hij al in 1993-1994 gezien, wat investeerders pas in 2000 ontdekten: die trust (gepresenteerd als ultieme garantie) bood geen enkele zekerheid voor beleggers.


Volgende pagina...

Naar inhoudsopgave

Vorige pagina