|
12. U blijkt te zijn opgelicht
Kan dat zomaar, in een land als Nederland? Helaas wel. Oplichting is een misdrijf, waarop gevangenisstraf staat. Maar oplichters zijn meesters in het verhullen van hun daden. Beschuldigt u een oplichter, dan loopt u een goede kans uitgemaakt te worden voor alles wat lelijk is. U wordt uitgescholden, bedreigd en u krijgt advocaten op uw dak. Slimme oplichters nemen namelijk het geld af van niets vermoedende gewone burgers en gebruiken dat kapitaal tegen hun slachtoffers. Als fatsoenlijk mens houdt u zich aan de regels, maar al gauw ontdekt u, dat uw tegenstander ‘onder de gordel trapt’.
Toch gaat u op weg naar het politiebureau om aangifte te doen. Als u pech heeft vertelt een ijverige agent u, dat het gaat om een civiele zaak. U dient een advocaat in de arm te nemen en uw geld terug te vorderen via een gerechtelijke procedure, zo laat hij u weten. Niet waar. Oplichting staat in het wetboek van strafrecht precies omschreven (art. 326). Die agent is verplicht uw aangifte op te nemen en door een rechercheur te laten onderzoeken. Blijkt er inderdaad sprake van oplichting, dan wordt een Officier van Justitie ingeschakeld. De oplichter wordt opgepakt, verhoord en gearresteerd. Na een rechtszaak kan hij worden veroordeeld en hij verdwijnt een paar jaar achter de tralies. Daar heeft hij alle tijd om nieuwe trucs te bedenken, waarmee hij na zijn gevangenisstraf onmiddellijk weer nieuwe slachtoffers maakt. Dat is de praktijk en er zijn 2 interessante boekjes over geschreven door Peter Smolders (‘Gladde Jongens’ en ‘Luchthandel’). ISBN 90-4390-135-0 en 90-4390-568-2.
|