|
In de rendementsberekeningen wordt -door de teakaanbieders- fors rekening gehouden met de tussentijdse uitkap. Na 8, 12 en 16 jaar wordt elke keer een kwart van de bomen gekapt, zo rekent men de potentiële belegger voor (Konijn -volkomen ondeskundig op het gebied van tropische bosbouw- ontwierp in het prospectus een eigen kapschema, dat nog nooit ergens is toegepast). Aldus ontstaat plaats om na 20 jaar de beste bomen over te houden.
In de prognoses van teakaanbieders brengen die uitkappen al fors geld op. Konijn beloofde na 8 jaar al een opbrengst van $11.000 ! In werkelijkheid kost de eerste uitkap geld (het hout brengt soms wel wat op, maar minder dan de kosten om te selecteren en te kappen). Dat hout wordt doorgaans ter plaatse gebruikt als paaltjes voor afrasteringen. Op de plantages van Konijn heeft die eerste uitkap zelfs niet eens plaatsgevonden (kost immers geld). Ook 12-jarig teak brengt zelden wat op. Het kan verwerkt worden tot parket, maar dan moeten de kosten beperkt blijven. Sommige teakbedrijven bouwden een parketfabriek op de plantage (die vervolgens failliet ging), uiteraard met geld van beleggers.
De uitkap van 16-jarig teak kan tot een positief resultaat leiden, maar dat is afhankelijk van kwaliteit, locatie, transportkosten en land van herkomst. In Europa is geen enkele vraag naar teak uit Costa Rica, ook niet naar 16-jarig teak, dus wordt het hout ter plaatse verwerkt tot telefoonpalen of tot parket. Bepaald geen toepassingen, waarvoor hoge prijzen worden betaald. In Costa Rica overstijgt het aanbod de vraag verre. De opbrengst voor een teakbelegger is doorgaans nihil.
Het grote geld komt uit de eindkap, zo leest u verderop in brochures en glossy folders. Mogelijk, maar niet erg waarschijnlijk. Een twintigjarige boom levert gemiddeld een kubieke meter goed bruikbaar teak op. Dat hout kan op stam worden verkocht voor prijzen tussen $80 en $100, mits van goede kwaliteit. In het beste geval staan er op een hectare nog 400 bomen; de opbrengst is dus theoretisch 400 x $100 = $40,000. Professionele bosbouwers gaan niet uit van dergelijke droomscenario’s. Zelfs bij goed onderhoud en de gemiddelde tegenslagen is de werkelijke opbrengst nog niet de helft.
Beleggers, die rond 1995 een bedrag van $14.000 investeerden in een participatie van een HALVE hectare, kunnen dus (theoretisch, als er adequaat onderhoud zou zijn gepleegd) maximaal rekenen op een opbrengst van zo’n $10.000 in 2015. Oftewel, dit kan absoluut niet worden aangemerkt als een belegging.
|